archieven.jpg

Anna Catharina Lambrechts-Vos (1876-1932)

Anna Lambrechts-Vos heeft in haar geboortestad Rotterdam les gehad van J. Schravesande en Johan Sikemeier (piano, orgel en theorie). Daarna heeft ze bij Bernard Zweers contrapunt gestudeerd, en bij Wouter Hutschenruyter jr. instrumentatie.

Van 1894 tot de dood van haar echtgenoot in 1926 was ze organiste van de Doopsgezinde Kerk, de Lutherse Kerk en de Irenekerk in Rotterdam. Ze trad op als begeleidster in recitals met haar eigen liederen. Daarnaast was ze actief als dirigent van gemengd koor Amphion en als docent.

Haar oeuvre bestaat hoofdzakelijk uit kamermuziek en liederen. Internationale erkenning verwierf ze met haar twee strijkkwartetten op. 7 (1906-07). Enkele orkestwerken zijn uitgevoerd door het U.S.O., waarmee zij ook als dirigent is opgetreden, en door het Concertgebouworkest. Grote bekendheid kregen destijds haar verzameling kinderliedjes ‘Het boekje van Tante An’ (1905) en liederen op Zuidafrikaanse teksten, ‘Groot-Suidafrika’ (1925).

Ze publiceerde recensies en artikelen in o.m. De Groene Amsterdammer.

Archief Anna Lambrechts-Vos »